Persoonlijk getuigenis

Ik wil hier met u delen hoe ik zelf tot geloof ben gekomen in de Heere Jezus. Dit tot eer van Hem, Die zondaren redt en vijanden met Zichzelf verzoent. Ik heb mijzelf niet verlost, dat heeft Hij gedaan. Ik heb er zelf niet voor gekozen, Hij heeft mij van eeuwigheid gekozen! Ik schrijf dit om u aan te moedigen ook te (blijven) geloven in Jezus, Die gestorven is voor onze zonden en opgewekt voor onze rechtvaardigmaking. Al wie in Hem gelooft, ook u!, heeft in Hem het eeuwige leven!

Het is nu ruim vier jaar geleden dat God mijn leven stil zette. Door een krachtig getuigenis van een jonge christin, een moeder van kleine kinderen, die door de ziekte van kanker zo geleden had, dat ze net te horen had gekregen nog slechts enkele dagen te leven. Ze wilde voordat ze stierf, nog getuigenis afleggen van de hoop die in haar was. Ze deed dit voor de vrouwengroep van haar gemeente. Daarnaast wenste ze dat haar kinderen deze boodschap later konden zien, zodat ze zouden weten wie hun moeder was. En ze hoopte dat er in elk geval één iemand door haar boodschap tot bekering en geloof zou komen. Het was een indrukwekkende getuigenis, waarin de verdriet en pijn door alles heen klonk. Pijn van het afscheid nemen van dit leven, van kleine kinderen die hun moeder onmogelijk zouden kunnen missen. Een lieve man achterlatend, een onvoltooid leven… Maar ondanks dit intense verdriet, schitterde er een blijdschap en hoop in door, wat mij diep raakte. Ze was duidelijk verzekerd dat haar zonden vergeven waren, ze wist volkomen zeker dat haar sterven een thuiskomen was in de hemel. Ze had Jezus lief, en wist dat Jezus haar nog veel meer lief had. Maar hoe was dit mogelijk? Haar getuigenis bracht mij van mijn stuk. Hoe kon zij nou zeker weten dat ze gered was? Hoe kon zij zo’n sterke relatie met God hebben? Er kwam een intens verlangen in mij om die God te leren kennen. Ik zou niet rusten, voordat ik die vrede met God had. Ik moest en zou het geheim ontdekken, wat deze vrouw zelfs in de grootst mogelijke ellende, een vrede, vertrouwen en blijdschap gaf. Een glimlach en hoop die een redelijk mens in zo’n situatie voor waanzinnig houdt.

Een andere preek waarin God met kracht tot mij sprak was “Verspil je leven niet” van John Piper, een Amerikaan. Hierin was de boodschap dat we ons leven verspillen als we niet God als hoogste doel in ons leven hebben. John Piper zette het sterven van twee zendingsvrouwen in contrast met het leven van een rijk echtpaar in een vervroegd pensioen. Ze hoefden nooit meer te werken en mochten met een super luxe schip een tocht over de oceaan maken. Ze stopten op de mooiste stranden van de wereld, waar ze schelpjes verzamelden… Wat een geweldig leven! Totdat ze voor God verschenen en mochten vertellen wat ze in hun leven hadden bereikt. “Kijk God! Ziet U al die mooie schelpen wel, die wij verzameld hebben??! Kijk dan, God!!” Duidelijk is het dat dit een tragische ontmoeting is met God. Wat moet God nou met een hoop schelpjes??

Maar, dacht ik, als ik God moet vertellen wat ik bereikt heb, wat zeg ik dan? Mijn hoogste doel in het leven waren de vogellijsten. Ik verzamelde vogelsoorten. Heerlijk ontspannen hobby in de natuur, soms beetje stress, maar dat maakte het juist leuk. En elk kerkmens gaf mij een pluim om mijn mooie hobby. Ja, ik was een nette jongen. Aan de buitenkant. Maar het was maar goed dat niemand binnen in mij kon kijken… Ik wist heel goed dat ik totaal niet deugde en mij moest schamen voor mijn zondig hart. Voor God was ik verre van goed…

Ik ben God tot op de dag van vandaag dankbaar dat ik deze twee ‘preken’ mocht luisteren. Het is echt genade dat God op dat moment in mijn leven ingreep, mijn leven letterlijk stil en op de kop zette… Mijn leven zou voortaan voorgoed anders zijn. Ik zou en moest God vinden, want leven zonder hem was voor mij sowieso geen optie meer.

Daar begon mijn zoektocht naar God. Een zoektocht waarin mijn hart vurig verlangde naar een relatie met God.  Ik gebruikte al mijn vrije tijd om God te vinden. Elke dag luisterde ik preken van John Piper, van John MacArthur, en later ook veel van Paul Washer. Daarnaast begon ik zelf veel in de Bijbel te lezen en te bidden. Ik las de Romeinenbrief, het Evangelie van Johannes, de Galatenbrief, Efeze, etc. Ik verslond de Bijbel. Ik moest weten hoe ik gered kon worden en ik moest zekerheid hebben dat ik gered zou zijn. Ik zocht echter met een blind en ongelovig hart. Ik zocht naar een God die heel ver weg was. Maar door het lezen liet God mij steeds beter zien wie en hoe Hij echt is. Ik kwam er achter dat God eigenlijk heel dichtbij was en ik werd getroost met de gedachte dat God mijn hart wel zag en kende. Als God alwetend is, weet Hij dus ook wat er in mijn hart leeft. Ik hoefde God dus niet meer te overtuigen dat ik serieus vrede met Hem wilde. Ik zocht dus verder met meer hoop dan ooit.

Op een avond las ik Hebreeën door. In deze brief wordt erg vaak het woord ‘geloof’ genoemd, maar ik was blind voor dat woord en begreep de betekenis er niet van. Totdat ik Hebreeën 11:6 las: “Maar zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen; want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is van degenen die Hem zoeken.” Toen vielen bijna letterlijk de schellen van mijn ogen. Toen schenen de lichtstralen van het Evangelie in mijn duistere hart.

Ik besefte dat ik wel ijverig had gezocht, dat ik wel overtuigd was ik dat gered moest worden, maar dat ik al die tijd nooit overtuigd was geweest of God mij wel wilde redden. Ik kon me niet goed voorstellen dat God mij wilde redden. Ik was het totaal niet waard. En als Hij dat wilde, waarom maakte Hij me dat niet duidelijk? Kortom, ik zocht met een oprecht, maar ongelovig hart naar God. En zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen…  Toen ik dat had gelezen, heb ik voor het eerst in het geloof geprobeerd te bidden. Ik bad voor de zoveelste keer om vergeving van zonden en vrede met God, maar tegen mijn gevoel en verstand in, dankte ik God er gelijk achteraan. Ik moest toch geloven dat Hij een Beloner is van degenen die Hem zoeken? Als God dus blijkbaar wilde dat ik zou geloven dat Hij mij wilde redden en zou redden, dacht ik, dan zal ik vanaf nu geloven en God danken voor mijn redding.

Dit was makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn geweten zei dat het niet zo makkelijk kon; mijn gevoel zei dat ik God zo niet mocht benaderen; mijn verstand zei dat dit totaal geen logische manier is om gered te worden. Toch legde ik mijn geweten het zwijgen op, negeerde ik mijn gevoel en gebood mijn verstand zich te onderwerpen aan het Woord van God, ook al begreep ik het niet. En dat is het werk van het geloof!

Ik dank God dat Hij dit geloof in mij plantte en deed groeien. Met deze onderwerping en overgave aan het Woord van God, kwam er steeds diepere vrede in mijn hart. Was het eerst onmogelijk om wel te geloven, er kwamen momenten dat het onmogelijk was om niet te geloven! Momenten waarop ik zo vast en zeker wist dat ik vrede met God had, dat ik niet wist waar ik blijven moest van blijdschap.

Een lange strijd volgde wel. Een strijd tegen ongeloof. Hoe kon het dat ik het ene moment zeker wist dat ik vrede met God had, terwijl ik slechts en paar uur later weer vol twijfel was? Zekerheid en twijfel, hoop en angst wisselden elkaar af. Zonden die ik niet kon laten, veroordeelden mij en brachten mij in grote twijfel en angst. Ik werd er gek van… Ik moest en zou dat ongeloof en die twijfel kwijt raken.

Ik bleef ijverig in het lezen van de Bijbel, in het bidden en preken luisteren. Het geloof groeide en ik merkte dat ik steeds minder vaak twijfelde. Ik vond teksten waardoor ik bemoedigd werd, ik bouwde mijn geloof op beloften van God, die ja en amen zijn in Christus Jezus. Ik leerde dat mijn zekerheid vaak gebaseerd was op het gevoel van de werking van de Heilige Geest, in plaats van op het Woord van God. Ik leerde dat ik ook zekerheid kon hebben zonder een goed gevoel te hebben.

En nu, vier jaar later? Dagelijks is het een vreugde om zeker te weten dat God mij liefheeft en ik daarom met Hem mag wandelen, Hem beter mag leren kennen en mag groeien in het volgen van Jezus. Ik heb in de afgelopen jaren veel andere mensen, jongeren en ouderen!, tot geloof zien komen, iets wat mij altijd de grootste blijdschap geeft. God heeft mijn hand tot nu toe vastgehouden als ik door moeilijke perioden ging en ik weet dat Hij mij altijd trouw blijft. God heeft mijn hart vaak opnieuw vervuld met Zijn liefde en ik ben verzekerd dat niets mij ooit van deze liefde zal scheiden!

In tijden van beproeving is het een kwestie van geduld. Na regen komt altijd zonneschijn! De Zon der gerechtigheid schijnt heerlijk! Het is een  onuitsprekelijke vreugde om met God op weg te zijn naar de grote dag dat ik Hem zal zien van aangezicht tot aangezicht!

En Hij geeft dit eeuwig leven aan íedereen die het door het geloof van Hem wil ontvangen!