Jesaja 46:1-13

Een structuuranalyse van dit hoofdstuk vindt u hier: Jesaja 46,1-13

Dit hoofdstuk maakt duidelijk dat Israël niets van de afgoden heeft te verwachten. De afgoden worden in dit gedeelte bespot. Ze zijn gemaakt van goud en zilver, door een mens. De goden kunnen zich niet verplaatsen en moeten daarom opgetild en gedragen worden (door mensen en door dieren, voor wie het een zware last is). Als men tot ze roept, antwoorden ze niet. Ze kunnen niet horen, noch spreken. Ze kunnen niet helpen of redden degenen die hulp nodig hebben.

God is totaal anders. Hij hoeft niet zoals de afgoden gedragen te wórden door mensen. In tegendeel, Hij is de God Die Zelf mensen dráágt. Hij heeft Israël gedragen vanaf het begin en zal Israël dragen tot het einde. God wordt niet moe van de zware last! Vanaf de roeping van Abraham, vanaf de aartsvader Abraham, Izak en Jakob, vanaf de uittocht uit Egypte: God heeft Israël gedragen en gered! Het is gewoon absurd om deze God te vergelijken met de afgoden!

God is de Kenner en Uitvoerder van de toekomst. Hij kan dingen zeggen vóórdat ze gebeuren en garandeert dat ze uitkomen. God belooft Zijn gerechtigheid en Zijn heil voor Israël. Hun redding is nabij! Ze zullen uit ballingschap (uit Babel) terugkeren naar hun eigen land. Israël zal Gods heerlijkheid weer terug krijgen. Dit is het hoofdthema van dit deel van Jesaja (hoofdstuk 40 tot en met hoofdstuk 66).

In het Nieuwe Testament lezen we dat Evangeliën beginnen met de bediening van Johannes de Doper, de wegbereider van Jezus. Dit wordt gedaan met woorden uit Jesaja 40! Een nieuwe uittocht komt er aan! In de komst en het leven van Jezus worden de hoofdstukken 40 tot en met 66 (evenals heel de Schrift) vervuld. Het Evangelie is de verkondiging hiervan: Het Koninkrijk van God is nabij gekomen (Matt. 3:4). In Romeinen 1:17 schrijft Paulus: ‘Ik schaam mij voor het Evangelie van Jezus niet, want het is een kracht van God tot zaligheid (heil) een ieder die gelooft. Want de gerechtigheid van God wordt in het Evangelie geopenbaard…’ (vergelijk vers 13 van Jesaja 46!)

*God openbaart Zich als de ‘Ik ben‘ en de Ik zal zijn, Die Ik zijn zal’. Zo heeft God Zich geopenbaard aan Mozes. In Exodus 3:14 lezen we op de vraag van Mozes wat de Naam is van God: ‘IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL’, ook te vertalen als ‘Ik BEN, DIE IK BEN’. De Naam Die op talloze plekken omschreven wordt met Jahweh/HEERE.

In Johannes omschrijft Jezus Zich vaak met ‘Ik ben’. Zeven keer zegt Hij ‘Ik ben…’ (…het Brood van het Leven, …het Licht van de wereld, …de goede Herder, … de Deur, …de Opstanding en het Leven, …de Weg, de Waarheid en het Leven, …de ware Wijnstok). Soms zegt Jezus er echter niets bij. Hij noemt Zichzelf de ‘Ik ben’ in absolute zin! Johannes 6:20: Hij zei tot de discipelen: ‘Ik ben, weest niet bevreesd!’ Johannes 8:28: Jezus dan zei tot de joden: ‘Wanneer u de Zoon van de mensen zult verhoogd hebben, dan zult u verstaan, dat Ik ben, en dat Ik van Mijzelf niets doe…’ In Johannes 13:19 zegt Jezus: ‘Van nu zeg Ik het u, voordat het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, u geloven zult dat Ik ben.’ (vergelijk vers 10!)

Het is niet vreemd dat de joden dit zagen als godslastering. Jezus zei letterlijk dat Hij gelijk was aan God! Of Jezus sprak de waarheid en Hij moest geloofd en aanbeden worden, óf Jezus was inderdaad een godslasteraar en moest gedood worden. (Johannes 8:58 en 59: Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik. Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen…’

Wat Jezus doet én zegt, is precies wat God doet én zegt in het Oude Testament. Niet enkel als Messias/Middelaar/Profeet, maar als de Ik ben Zelf! Wat Jezus doet en zegt kan en mag alleen God Zelf doen en zeggen.

Is Jezus terecht gekruisigd als een godslasteraar? ‘Jezus is krachtig bewezen te zijn de Zoon van God door de opstanding uit de dood!’ God de Vader heeft Zijn Zoon opgewekt tot een teken dat Jezus rechtvaardig en totaal onschuldig was!

God de Vader heeft publiekelijk getuigt dat Jezus écht God is. Onbegrijpelijk, maar een heerlijke waarheid voor allen die in Hem geloven tot eeuwig behoud!