Efeze

Achtergrond van de brief

In Efeze 1:1 lezen we: ‘Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil Gods, aan de heiligen die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus.’ De brief is dus geschreven door Paulus. Hij richt zijn brief aan de gelovigen in Efeze. Zij die het Evangelie hebben gehoord en geloofd. Op het moment dat hij de brief schrijft, zit hij in de gevangenis. Dit blijkt onder andere uit Efeze 3:1 waar Paulus schrijft: ‘Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Jezus Christus’ en in Efeze 4:1 schrijft Paulus: ‘Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in de Heere…’ Aan het slot van de brief zegt hij (Efeze 6:20) dat hij een gezant van het Evangelie is in een keten. In welke gevangenis zat Paulus? En op welk moment?

Als we Efeze 6:21-22 vergelijken met Kolossenzen 4:7-8 dan valt ons op dat deze teksten vrijwel hetzelfde zeggen. In Efeze 6:21-22 lezen we: ‘En opdat ook gij moogt weten hetgeen mij aangaat, en wat ik doe, dat alles zal u Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Heere, bekendmaken; denwelken ik te dienzelven einde tot u gezonden heb, opdat gij onze zaken zoudt weten en hij uw harten zou vertroosten.’ In Kolossenzen 4:7-8 lezen we: ‘Al mijn zaken zal u bekendmaken Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar en mede dienstknecht in de Heere. Denwelken ik tot denzelven einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete en uw harten vertrooste.’ Zoals bij meer teksten in Efeze en Kolossenzen, staat er bijna letterlijk hetzelfde. Dit maakt duidelijk dat de brief aan Efeze en Kolosse op hetzelfde moment zijn geschreven en op hetzelfde moment werden verstuurd. Ook in Kolossenzen wordt duidelijk dat Paulus gevangen zit. In Kolossenzen 4:18 vraagt Paulus ‘te denken aan zijn banden’. Als we vervolgens de namen en gegevens vergelijken met die genoemd worden in de brief aan de Filippenzen en Filemon, dan kunnen we concluderen dat ook deze op hetzelfde moment zijn geschreven. In Filippenzen wordt er duidelijk gerefereerd naar het huis van de keizer (4:22), wat duidelijk maakt dat Paulus in Rome gevangen zit. De brief aan Efeze is dus geschreven tijdens de gevangenschap van Paulus in Rome. Uit Handelingen kunnen we vrij nauwkeurig opmaken wanneer Paulus in Rome aankwam. Dit was rond het jaar 60-61 na Christus.

Kende Paulus de gelovigen in Efeze? Had hij ze wel eens ontmoet? Ja, in Handelingen 18:19-21 lezen we hoe Paulus op zijn tweede zendingsreis kort in Efeze is. Hij spreekt hier in de synagoge tot en met de Joden. Hij heeft echter haast omdat hij met het feest in Jeruzalem wil zijn. Hij belooft terug te komen in Efeze. Dit gebeurt op zijn derde zendingsreis. We lezen in Handelingen 19 hoe Paulus weer in Efeze komt en daar nu voor maar liefst meer dan twee jaar blijft. Dit is ongeveer van het jaar 53 tot en met het jaar 55 na Christus geweest. Het schrijven van de brief aan de gelovigen in Efeze rond het jaar 61 is dus ongeveer 6 jaar nadat Paulus hier intensief heeft gearbeid.

Wat gebeurde er allemaal in Efeze? Heel veel! In 1 Korinthe 16:8-9 schrijft hij vanuit Efeze: ‘Ik zal te Efeze blijven tot de pinksterdag. Want mij is een grote en krachtige deur geopend, en er zijn vele tegenstanders.’ Zoals gebruikelijk begon Paulus in de synagoge (Hand. 19:8). Drie maanden lang spreekt hij hier vrijmoedig over het Evangelie. Dan komt er tegenstand en Paulus moet uitwijken naar een andere plek (vers 9). Twee jaar lang neemt hij intrek in de school van zekeren Tyrannus. Zowel Joden als Grieken horen het Evangelie en komen tot geloof (vers 10). In de brief aan de Efeziërs komt sterk naar voren dat de gemeente zowel uit Joden als heidenen bestaat. Jezus heeft in Zijn sterven vrede gemaakt tussen Jood en heiden en door het Evangelie wordt zowel aan hen die verre zijn (heidenen), als die nabij zijn (Joden) vrede verkondigd (Efeze 2:13-17).

Het Evangelie komt niet alleen in woorden, maar God geeft medegetuigenis door tekenen en wonderen en menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest. Zieken worden genezen en boze geesten worden uitgeworpen (Handelingen 19:11-12). De Naam van de Heere Jezus wordt grootgemaakt en velen die geloven belijden hun zonden en nemen rigoureus afstand van hun duivelse praktijken (vers 17-19). De gelovigen worden letterlijk overgezet uit de macht van de duisternis in het Koninkrijk van God. Ook deze achtergrond klinkt herhaaldelijk door in de brief aan de Efeziërs. Allereerst heeft Jezus een positie gekregen aan de rechterhand van God ver boven al de hemelen (Efeze 4:10), ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij (Efeze 1:21). Dit zijn aanduidingen voor verschillende rangen van demonen. In Efeze 2:2 maakt Paulus duidelijk dat ze ‘gewandeld hebben naar de overste van de macht van de lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid.’ Ze waren onder de macht van de duivel, maar nu zijn ze met Christus opgewekt en verhoogd (vers 6), zodat ook zij in Hem een positie ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij hebben. Dit betekent niet dat ze niet meer te strijden hebben tegen de duivel. Integendeel,  we lezen in Efeze 6:11-16 dat de Efeziërs de hele wapenrustig Gods aan moeten doen, zodat ze kunnen staan tegen de listige omleidingen van de duivel. Ze hebben een strijd te voeren tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van de wereld der duisternis van deze eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Ze moeten het schild van het geloof nemen om al de vurige pijlen van de boze te kunnen uitblussen.

In Handelingen 19:21-40 lezen we de tegenstand waarover Paulus schrijft aan de Korinthiërs. De dienst aan de godin Diana komt door het Evangelie in gevaar, en daarmee de inkomsten van hen die winst maken uit het vervaardigen van beelden van deze godin. Paulus neemt afscheid van Efeze en vertrekt richting Griekenland (Handelingen 20:1). Later zal hij op de terugweg de ouderlingen van Efeze tot zich roepen in Milete (vers 17-38). Hier wordt duidelijk dat hij de gemeente zeer lief heeft, en de gemeente hem. Hij legt hen op het hart dat hij hen alles verkondigd heeft wat nodig is en hen geen ding heeft onthouden. Ze moeten waken over de kudde, omdat er wolven zullen komen om de gemeente te verwoesten. Niet door vervolging, maar door dwalingen. Nadat ze samen gebeden hebben, nemen de ouderlingen van Efeze met tranen ze afscheid van Paulus, omdat hij nooit meer in Efeze terug zal komen.

En dan nu, een paar jaar later, een brief van Paulus! Wat een blijdschap zal dat gegeven hebben! Wat zou hij hen willen zeggen?

Indeling en opbouw van de brief

Efeze is een brief van uitleg en aansporing. In de eerste drie hoofdstukken geeft Paulus veel onderwijs over de rijkdom van hen die geloven in het Evangelie. Het lijkt wel alsof Paulus hen één ding wil duidelijk maken: de allesovertreffende heerlijkheid van de roeping van de gelovigen. Het is alsof hij steeds zegt: ‘Jullie weten niet half hoe dankbaar je God moet zijn dat je een gelovige in Jezus bent geworden!’ Paulus wil dat ze weten en beseffen hoe onuitsprekelijk voorrecht het is om een christen te zijn! Als hij dit heeft duidelijk gemaakt, wil hij dat ze uit deze genade leven. In Efeze 4:1 schrijft hij: ‘Zo bid ik u dan (dus, vanwege alles wat ik jullie in de voorgaande hoofdstukken heb beschreven), dat u wandelt waardiglijk de roeping, met welke u geroepen bent.’ Als je maar enigszins beseft hoe kostbaar het Evangelie is en wat een voorrecht het is het Evangelie te kennen en geloven, dan moet dit je hele leven bepalen! Heel je leven moet één grote uiting zijn van dankbaarheid, verwondering! Er werkt zo’n grote kracht in allen die geloven, dat dit wel moet leiden tot een heilig, toegewijd, godvruchtig leven. Hoe dit leven er uit ziet werkt hij uit in de laatste drie hoofdstukken.

De brief kan ook anders ingedeeld worden. De stukjes van uitleg en aansporing lopen namelijk meer door elkaar dan de vorige indeling wil doen geloven. Het begin van hoofdstuk 4 is eigenlijk nog steeds een stuk uitleg en geen aansporing. Een alternatieve indeling is de volgende:

  • Efeze 1:1-2

Opschrift (afzender, geadresseerde) en zegengroet

  • Efeze 1:3-2:10

De rijkdom van de verlossing en de zegeningen van de gelovigen

  • Efeze 2:11-4:16

Joden en heiden zijn beiden gered in Christus en zijn daarom één nieuw volk van God

  • Efeze 4:17-6:9

Het belang en de uitwerking van een christelijke levenswandel

  • Efeze 6:10-20

De heilige strijd van een christen en Gods voorziening daarin

  • Efeze 6:21-24

Slot van de brief en zegengroet